We hadden heerlijke koekjes gemaakt om langs de buurvrouw te brengen. Een klein, warm gebaar. Het was alleen al 16:45 uur en de buurvrouw was aan het vasten. Zij zou om 17:00 uur met haar gezin gaan eten.
Ik appte haar of het uitkwam dat wij even langskwamen om de koekjes te brengen. Haar reactie was vriendelijk. Ze zei niet letterlijk dat blijven niet uitkwam, maar soms hoor je dat in iemands stem. Langsbrengen was prima, maar blijven waarschijnlijk niet.
Thuis stonden aardappelen in de oven. Die kon ik niet alleen achterlaten, dus ik wachtte tot mijn partner thuiskwam. Zo konden de aardappelen veilig verder garen en konden wij daarna samen naar beneden lopen om de koekjes te brengen.
Mijn kind meenemen in het proces
Onderweg vertelde ik mijn kind rustig en op ooghoogte:
“Het kan zijn dat we de koekjes alleen brengen. Misschien kunnen we daar niet samen eten, omdat de buurvrouw met haar gezin gaat eten.”
Ik nam hem bewust mee in het proces, zoals ik dat ook bij een volwassene zou doen. Eerlijk, duidelijk en zonder belofte. Toch voelde ik dat hij iets anders hoopte. Hij wilde zó graag samen met de buurvrouw en het buurmeisje de koekjes opeten.
Ik herhaalde het nogmaals:
“Het kan zijn dat we daar niet blijven.”
Zijn reactie was stellig: in zijn beleving gingen we wel samen eten. Zijn intentie stond vast.
In de lift voelde ik al dat dit anders zou lopen dan andere keren. Vlak voor het aanbellen zei ik opnieuw:
“Het kan zijn dat we niet naar binnen kunnen. Dan brengen we alleen de koekjes.”
Hij hoorde mijn woorden, maar zijn innerlijke beeld was sterker.
Aan de deur
De buurvrouw deed open en reageerde enthousiast en dankbaar. Ik vroeg mijn kind of hij nog iets wilde zeggen. Hij is wat verlegen, dus ik hielp hem voorzichtig. Hij wilde graag vragen of we samen de koekjes mochten opeten.
De buurvrouw twijfelde en zei dat ze eigenlijk aan het eten waren. Op dat moment liep het buurmeisje langs met iets zoets in haar hand. Dat maakte het verlangen van mijn kind nog groter. Dit was precies het beeld dat hij in zijn hoofd had gehad.
Toch kwam er een duidelijke grens. De moeder van het buurmeisje gaf aan dat het niet kon, omdat zij nu samen aten. Ik voelde zelf ook teleurstelling, ik gunde mijn kind dit moment maar ik begreep de keuze. Ik zei dat het niet erg was en dat we het een andere keer wel zouden doen.
De teleurstelling kwam eruit als woede
In de lift terug zag ik het al gebeuren. Eenmaal boven barstte het los: slaan, schoppen, een harde gil. Geen woorden, maar gedrag dat sprak. Dit was geen onwil. Dit was teleurstelling in zijn puurste vorm.
Hij is nog jong. Hij kan dit grote gevoel nog niet reguleren. Hij had iets intens gewenst, het al beleefd in zijn hoofd — en de werkelijkheid stond daar ineens dwars doorheen. Dat deed pijn.
Ik voelde zelf ook onmacht, maar ik begreep hem volledig. Juist omdat ik zijn proces had gezien vanaf het begin.
Wat doe je pedagogisch in zo’n moment?
1. Kijk naar de opbouw, niet alleen naar de uitbarsting
Een woede-uitbarsting ontstaat niet uit het niets. Er gaat een heel innerlijk proces aan vooraf.
Als ouder helpt het om te kijken naar:
-
de intentie van je kind
-
zijn verwachting
-
het moment waarop die verwachting botste met de realiteit
Dan zie je dat onder de woede teleurstelling en machteloosheid zitten.
2. Erken de emotie, zonder erin te blijven hangen
Wat een kind uit in woede, werkt vaak niet helpend. Wat wél helpt, is de emotie erachter herkennen en benoemen.
Niet oplossen, niet wegduwen — maar erkennen.
3. Zorg voor veiligheid
In zo’n moment zorg je dat:
-
je kind zich niet kan bezeren
-
de omgeving veilig is
-
jij beschikbaar blijft als rustige aanwezigheid
Soms helpt het om iets te geven waarop de spanning veilig ontladen kan worden.
4. Geef ruimte binnen een kader
Ik liet de woede er zijn, binnen veilige grenzen. Niet eindeloos, maar wel volledig. Daarna kwam er weer ruimte voor contact.
5. Herstel en verwerk
Toen de spanning gezakt was, zochten we een andere ingang:
een tekening maken voor de buurvrouw en het buurmeisje.
Zo bleef de situatie bestaan, maar kreeg die een nieuwe, positieve lading.
Mijn kind leerde: het kan nu niet, maar de verbinding is niet weg.
Waarom dit belangrijk is
Dit soort ervaringen zijn nodig. Ze helpen kinderen om:
-
emoties te voelen
-
teleurstelling te verdragen
-
grenzen te accepteren
-
en daarna weer terug te keren naar verbinding
Omdat ik bewust ben van mijn eigen emoties en reacties, kan ik deze rust blijven in het proces. Hij mag het voelen. Hij mag het laten zien. En hij mag er weer uitkomen.
Ik ben er.
Ik zie je.
Ik hoor je.
Je mag zijn wie je bent.
Als dit verhaal je raakt en je graag meer wilt lezen over bewust ouderschap en emotionele groei,
dan nodig ik je uit om me te blijven volgen.
Mijn blogs verschijnen alleen op deze website.
Reactie plaatsen
Reacties